Hoe zit het de inzet van botmarkers?

Waarom worden in het ene ziekenhuis wel en in het andere geen botmarkers bepaald, bijvoorbeeld tijdens behandeling met bisfosfonaten zoals alendronaat?

Antwoord

Alendronaat is een goed en veilig geneesmiddel. Bij de overgrote meerderheid van de patiënten die het middel goed verdragen en trouw innemen ontstaat een toename van de BMD en dus van de botsterkte. Dus waarom zouden we de botmarkers bepalen?

Veel patiënten stoppen met alendronaat

Aan de andere kant weten we dat 50% van de patiënten die behandeld worden met alendronaat in het eerste jaar stoppen. Sommige van die patiënten vertellen dat aan hun behandelaar, maar soms is het minder duidelijk. Bij gebruik van alendronaat en andere bisfosfonaten dalen de botmarkers na 3 -4 maanden met 30% of meer. Van patiënten bij wie een dergelijke daling niet wordt waargenomen, weten we dus dat zij de medicatie niet of niet op de goede wijze innemen. De arts kan dat dan samen met patiënt bespreken en achterhalen waarom de botmarkers niet dalen. Zo’n gesprek voorkomt dat patiënten jarenlang alendronaat niet of niet op de juiste manier gebruiken.

Voordelen bepaling botmarkers

Van patiënten bij wie een dergelijke daling wel wordt waargenomen, weten we dus dankzij de meting van de botmarkers dat zij de medicatie innemen en dat zij dit op de goede manier doen. Veel patiënten ervaren het als een voordeel dat ze op deze manier al na 3-4 maanden weten dat de medicatie werkt, en dat ze dus niet te hoeven wachten op een DXA meting na een paar jaar. Een ander voordeel voor de behandelaar is de controle op therapietrouw.

Nadelen bepaling botmarkers

Een nadeel voor de patiënt is dat er 2 keer een laboratoriumbezoek nodig is, meestal voor de bepaling van CTX (botafbraak) en P1NP (botaanmaak). De bepaling van CTX gebeurt bij voorkeur als de patiënt nuchter is. Als dat niet haalbaar is, dan moet de meting tenminste elke keer op hetzelfde moment van de dag plaatsvinden. Een ander nadeel zijn de kosten van de bepalingen.

Wat betreft de kosten: soms wordt de controle DXA na 2 of 3 jaar na 2 of 3 jaar niet gedaan, als de botmarkers de werkzaamheid van de medicatie al hebben aangetoond.

Tenslotte is het van belang dat het behandelteam ervaring heeft met de bepaling en interpretatie van botmarkers, en worden botmarkers in sommige centra ook gebruikt voor het opsporen en/of monitoren van zeldzame botaandoeningen, anders dan osteoporose.

Prof. dr. Willem F. Lems
Emeritus hoogleraar reumatologie Amsterdam UMC