Patiënt neemt alendroninezuur en moet kiezen laten trekken. Wat zijn de opties?
Patiënt neemt alendroninezuur en moet kiezen laten trekken. Wat zijn de opties?
Patiënt , man 71 jaar, neemt inmiddels 4 jaar alendroninezuur (T -2,8 LWK). Hij moet bij de tandarts 2 kiezen laten trekken en laten vervangen door implantaten.
De tandarts wil eigenlijk niet verder gelet op de bisfosfonaten (halfwaardetijd?) Een van de 2 kiezen moet er nodig uit.
Wat zijn de opties?
Antwoord
Dit is een vaak voorkomend probleem. Kaaknecrose is een bekende, maar zeldzame bijwerking van bisfosfonaten en denosumab. Dit geldt vooral bij langdurig gebruik, tandheelkundige ingrepen en een slecht gebit. Het probleem is dat stoppen na 4 jaar alendronaat weinig zin heeft, bisfosfonaten hechten zeer langdurig aan het bot, en blijven langdurig werkzaam (lange halfwaardetijd). Ze remmen de botafbraak ook na het stoppen met de medicatie wel 1-3 jaar.
Het behandelplan zou dus kunnen zijn om de kies die er nodig uit moet inderdaad maar te verwijderen. Dit om veel pijn en eventuele infecties te voorkomen, maar wel met het risico op kaaknecrose, dat overigens laag is.
Wellicht is het mogelijk de alendronaat te stoppen, en de andere kies na 1-3 jaar te verwijderen, dan is het risico op kaaknecrose lager.
Hoe kunnen dit soort situaties voorkomen worden?
Soms is het mogelijk om voorafgaand aan de start met bisfosfonaten en denosumab het gebit van de patiënt te laten beoordelen door de tandarts. Deze kan dan eventueel noodzakelijke tandheelkundige ingrepen voorafgaand aan de osteoporosebehandeling uitvoeren, die dan dus een aantal weken/maanden moet worden uitgesteld.
Dit antwoord is afkomstig van
Disclaimer
Dit antwoord op een vraag van een behandelaar of patiënt is geen advies voor een individuele patiënt of zorgverlener, maar een antwoord met een aantal opmerkingen die bedoeld zijn als algemene achtergrondinformatie. Omdat in het gesprek van de behandelaar met de patiënt soms belangrijke aanvullende gegevens naar voren komen, en omdat de individuele mening en voorkeur van zowel de patiënt als de behandelaar ook van belang zijn, kan de gezamenlijke besluitvorming van behandelaar en patiënt afwijken van deze algemene opmerkingen.

