Stoppen na gunstig resultaat met alendroninezuur of doorgaan?
Patiënt, vrouw, 66 jaar, heeft 3,5 jaar alendroninezuur gebruikt. Na veel aandringen is er een DXA gemaakt. De eerdere t-score van -2,7 is inmiddels naar -2,3 gegaan (osteopenie, volgens het verslag van de radioloog).
Wat is verstandig: doorgaan met alendroninezuur en na het afronden van de 5 jaar weer een DXA? Of nu al stoppen? De patiënt wil graag stoppen, zij heeft lichte maagklachten na het innemen.
Is er nog veel verbetering te verwachten? En zijn er na het stoppen nog controles nodig?
Antwoord
Na 3,5 jaar alendroninezuur is de BMD duidelijk gestegen van -2,7 naar -2,3. Nieuw in de behandeling van osteoporose is Treat to Target, doelgerichte behandeling, waarbij de minimale target T=-2,5 is. Deze minimale target is dus gehaald.
Hoewel alendronaat bij voorkeur 5 jaar wordt voorgeschreven, kan ik me voorstellen dat hier gestopt wordt vanwege het bereiken van de target en vanwege de maagklachten. (NB Als de maagklachten blijven nadat er met alendronaat is gestopt, is onderzoek nodig naar een andere verklaring van de klachten.)
Daarna kan een zogenaamde drug holiday volgen: bisfosfonaten hechten zeer langdurig aan het bot en blijven langdurig werkzaam. Ze remmen de botafbraak ook nadat de patiënt met de medicatie is gestopt gedurende 1 tot 3 jaar.
Advies: 2 jaar na het stoppen met alendronaat, opnieuw diagnostiek (DXA/VFA, etc). Aan de hand daarvan beoordelen of er wel of geen indicatie is voor osteoporosetherapie. Als dit wel het geval is, dan wordt de therapie niet vervolgd met alendronaat, maar met zoledronaat of denosumab, of een anabool middel.
Dit antwoord is afkomstig van
Disclaimer
Dit antwoord op een vraag van een behandelaar of patiënt is geen advies voor een individuele patiënt of zorgverlener, maar een antwoord met een aantal opmerkingen die bedoeld zijn als algemene achtergrondinformatie. Omdat in het gesprek van de behandelaar met de patiënt soms belangrijke aanvullende gegevens naar voren komen, en omdat de individuele mening en voorkeur van zowel de patiënt als de behandelaar ook van belang zijn, kan de gezamenlijke besluitvorming van behandelaar en patiënt afwijken van deze algemene opmerkingen.

