Onderzoeksagenda Osteoporose 

Unieke kans voor onderzoek met maatschappelijke impact 

Ben je als zorgverlener of onderzoeker op zoek naar een onderzoeksonderwerp dat direct aansluit bij de behoeften van mensen met osteoporose? De Osteoporose Vereniging heeft, in nauwe samenwerking met patiënten, zorgverleners en onderzoekers, een onderzoeksagenda ontwikkeld. Geïnteresseerd? Neem contact met ons op via info@osteoporosevereniging.nl.  

Onderzoekers en zorgverleners die één of meerdere onderzoeksvragen willen uitwerken, nodigen wij van harte uit om contact met ons op te nemen. 

Wij kunnen: 

  • Meedenken over het aanscherpen van de onderzoeksvraag 
  • Ondersteunen bij het vormgeven van patiëntparticipatie 
  • Patiënten betrekken bij opzet, uitvoering en implementatie 
  • Bijdragen aan verspreiding van resultaten richting de doelgroep 

Deze agenda is samengesteld op basis van: 

  • 2.800 ingebrachte onderwerpen 
  • 44 geformuleerde onderzoeksvragen 
  • Prioritering door ruim 900 patiënten en professionals 
  • Gezamenlijke vaststelling van de top 20 tijdens een slotbijeenkomst 

De top 20 bestaat uit vragen die gezamenlijk zijn geprioriteerd tijdens de slotbijeenkomst. De onderzoeksagenda met top-10 is beschikbaar als document. Met deze agenda zetten we een belangrijke stap richting onderzoek dat écht aansluit bij de behoeften van mensen met osteoporose. 

De top 10 ziet er als volgt uit:

  1. Wat zijn knelpunten in de implementatie van de multidisciplinaire richtlijn in de (organisatie van) de osteoporosezorg en hoe kunnen deze verholpen worden?
  2. Hoe kan een evidence-based richtlijn worden ontwikkeld voor de diagnose en behandeling van osteoporose bij patiënten jonger dan 50 jaar?
  3. Welke strategieën zijn het meest effectief om botverlies te voorkomen of te beperken bij vrouwen rondom de (vervroegde) overgang?
  4. Welke gevolgen hebben osteoporose en (wervel) breuken voor werkvermogen en arbeidsdeelname, en hoe kunnen deze gevolgen beperkt worden?
  5. Welke preventiestrategieën zijn het meest effectief in het verlagen van het risico op osteoporose in verschillende leeftijdsgroepen?
  6. Hoe kan een app osteoporosepatiënten ondersteunen door middel van gepersonaliseerde adviezen?
  7. Welke beweeginterventies verlagen/verhogen het breukrisico van mensen met osteoporose, in het bijzonder van mensen met wervelbreuken? En zijn deze te personaliseren?
  8. Wat is het toekomstperspectief qua botgezondheid voor mensen die op jonge leeftijd osteoporose hebben?
  9. Welke problemen ondervinden mensen met osteoporose en/of (wervel)breuken bij dagelijkse activiteiten en welke hulpmiddelen kunnen hen hierin ondersteunen?
  10. Welke fysieke en mentale klachten worden veroorzaakt door (wervel)breuken, en hoe kunnen deze behandeld worden?

Vragen 11 t/m 20: onderdeel van de geprioriteerde top 20 

Ook de vragen 11 t/m 20 zijn door de gezamenlijke groep van patiënten, zorgverleners en onderzoekers ook als belangrijk aangemerkt. Deze vragen zijn: 

  1. Welke voedingspatronen/voedingsmiddelen/supplementen verlagen/verhogen het breukrisico van mensen met osteoporose? 
  2. Hoe kan de therapietrouw van osteoporosepatiënten verbeterd worden? 
  3. Hoe kan een vroegtijdige diagnose bij familieleden van osteoporosepatiënten helpen om breuken te voorkomen?  
  4. Hoe kan de dosering van osteoporosemedicijnen gepersonaliseerd worden?  
  5. Welke psychosociale problemen ondervinden osteoporosepatiënten, en welke interventies kunnen deze verminderen?  
  6. In hoeverre kan hormoonsuppletietherapie (behandeling met hormonen) worden ingezet ter voorkoming en behandeling van osteoporose?  
  7. Welke strategieën zijn het meest effectief om angst voor medicatie en bijwerkingen te verminderen bij mensen met osteoporose?  
  8. Welke genen spelen een rol in het ontstaan van osteoporose, en hoe sterk is hun bijdrage ten opzichte van leefstijlfactoren?  
  9. Welke vormen van voorlichting aan naasten, zorgverleners en werkgevers zijn het meest effectief in het bevorderen van begrip en ondersteunend gedrag bij osteoporose?  
  10. Op welke wijze kan eerder en vaker het effect van behandeling met medicijnen gemeten worden?  

Vragen 21 t/m 28: niet geprioriteerd, wél relevant 

De vragen 21 t/m 28 zijn tijdens de slotbijeenkomst niet in de top 20 terechtgekomen. Dat betekent niet dat ze minder belangrijk zijn. 

Wij hebben ervoor gekozen deze vragen ook te publiceren, omdat ze waardevolle aanknopingspunten bieden voor toekomstig onderzoek en innovatie. 

Deze vragen zijn: 

  1. Hoe kan botkwaliteit gemeten worden en hoe kan daar de behandeling op afgesteld worden? 
  2. Hoe kan kunstmatige intelligentie (AI) worden ingezet om de osteoporosezorg te verbeteren? 
  3. Verlaagt inname van vitamine K het breukrisico van mensen met osteoporose? (onderdeel van vraag 11) 
  4. Is het effectiever om calciumsupplementen ‘s avonds in te nemen dan overdag om het breukrisico te verlagen? (onderdeel van vraag 11) 
  5. Wanneer is een vervolg-DEXA geïndiceerd bij mensen die een laag breukrisico blijken te hebben?  
  6. Hoe kan het breukrisico het best bepaald worden? 
  7. Welke maag- en darmklachten treden op bij mensen met wervelbreuken, en hoe kunnen deze behandeld worden? (onderdeel van vraag 10) 
  8. Hoe kan het maken van een DEXA bij mensen van 50 jaar en ouder na een breuk verbeterd worden? (onderdeel van vraag 1) 

Samen kunnen we zorgen voor onderzoek daadwerkelijk bijdraagt aan betere osteoporosezorg en kwaliteit van leven.