Patiënt boekt weinig vooruitgang na 3,5 jaar denosumab. Wat zijn de opties?

Patiënt, vrouw, 71 jaar, gebruikt sinds 3,5 jaar denosumab, via haar huisarts. Zij blijkt bij de controle via DXA weinig verbetering te hebben geboekt: van -3,1 naar -3,0, met 1 (oude) wervelbreuk graad 1 (21%)

Wat nu? Doorgaan met denosumab via eerste lijn, of doorsturen naar de tweede lijn?

Antwoord

Na het stoppen met denosumab ontstaat een sterke toename van de botafbraak, met als gevolg een snelle daling van de BMD en een verhoogde kans op wervelbreuken.

Zoledronaat of alendronaat

Dit kan worden tegengegaan door na het stoppen met denosumab, dus 6 maanden na de laatste injectie, te starten met zoledronaat, of eventueel met alendronaat.

Doorgaan

Daarnaast kan de behandelend arts soms besluiten om met denosumab door te gaan, bijvoorbeeld bij patiënten op hoge leeftijd die goed op dit middel reageren. Dit laatste is bij deze casus niet het geval.

Ander middel

Een keuze voor een ander middel is dus noodzakelijk. De patiënte komt niet in aanmerking voor anabole middelen. Zij heeft slechts 1 wervelbreuk graad 1, dus ligt zoledronaat voor de hand (3x een infuus, 1x per jaar).

Nader onderzoek

Overigens is de geringe BMD-stijging bij denosumab wel ongewoon, vooral als de injecties volgens schema om de 6 maanden zijn gegeven. Er moet dan overwogen worden om te zoeken naar eventuele onbekende, andere aandoeningen of medicamenten die kunnen leiden tot secundaire osteoporose. Een verwijzing naar de tweede lijn is daarbij reëel, al zullen sommige huisartsen dat zelf kunnen en willen doen.

Soms is de oorzaak in dit soort gevallen overigens gewoon bekend, bijvoorbeeld bij prednisongebruik, moeilijk behandelbare RA of IBD, ernstige depressie of fors gewichtsverlies.

Prof. dr. Willem F. Lems
Emeritus hoogleraar reumatologie Amsterdam UMC