Zwangerschapsgerelateerde osteoporose

Zwangerschapsgerelateerde osteoporose is een heel zeldzame vorm van osteoporose. Vrouwen lopen ijdens of na hun zwangerschap fragiliteitsfracturen op doordat hun botdichtheid erg laag is. Zij breken meestal meerdere wervels. Signalen hiervan zijn hevige, invaliderende rugpijn en lengteverlies. Heupfracturen en andere fracturen komen ook voor. Zwangerschapsgerelateerde osteoporose komt vooral voor bij vrouwen die voor het eerst zwanger zijn. In Nederland krijgen naar schatting minder dan tien vrouwen per jaar deze ziekte. Het is niet bekend hoe en waarom deze vorm van osteoporose precies ontstaat. Zwangerschapsgerelateerde osteoporose heeft geen negatieve gevolgen voor (de botten van) de foetus. 

De kennis over zwangerschapsgerelateerde osteoporose is nog beperkt. Nieuwe inzichten kunnen leiden tot wijzigingen op deze webpagina. 

Signalen 

Zwangerschapsgerelateerde osteoporose wordt gekenmerkt door fragiliteitsfracturen (fracturen die bij een klein incident of spontaan ontstaan), met name in het derde trimester van de zwangerschap, tijdens de bevalling en in de eerste drie maanden postpartum.  

Meestal gaat het om wervelfracturen. Deze fracturen kunnen lastig te herkennen zijn. Signalen hiervan zijn: 

  • Hevige, ‘abnormale’ rugpijn die vrouwen kan belemmeren bij dagelijkse activiteiten, zoals lopen of tillen. 
  • Lengteverlies van enkele centimeters.  

Oorzaken 

Het is niet bekend hoe en waarom zwangerschapsgerelateerde osteoporose precies ontstaat. Zwangerschap en met name borstvoeding veroorzaken altijd een tijdelijk, reversibel botverlies. In algemene zin vergroten zwangerschap en borstvoeding niet het risico op osteoporose of op fracturen.  

Vrouwen met zwangerschapsgerelateerde osteoporose ontwikkelen een veel lagere botdichtheid dan normaal. Zij hebben vaak geen of weinig andere gezondheidsproblemen. Het is onduidelijk wat hun heel lage botdichtheid veroorzaakt. Mogelijk is er sprake van overmatig botverlies. Sommige vrouwen hadden misschien, zonder dat zij het zelf wisten, vóór hun zwangerschap al een lage botdichtheid.  

Diagnose 

Omdat zwangerschapsgerelateerde osteoporose heel zeldzaam is en omdat de diagnose lastig te stellen is tijdens de zwangerschap, kan het voor vrouwen een moeizaam proces zijn om de juiste diagnose te krijgen.  

De diagnose bestaat uit drie stappen: 

  1. Vaststellen van (wervel)fracturen met een röntgenfoto, VFA, MRI of CT-scan. Onderzoeken waarbij röntgenstraling vrijkomt worden meestal pas na de bevalling gedaan. 
  2. Meten van botdichtheid met een DXA-scan. In het algemeen wordt gesproken van osteoporose bij een Z-score ≤-2 (<40 jaar) of bij een T-score ≤-2,5 (≥40 jaar). 
  3. Zoeken van secundaire oorzaken middels laboratoriumonderzoek. De diagnose zwangerschapsgerelateerde osteoporose kan alleen gesteld worden als er geen onderliggende afwijkingen gevonden worden. Soms wordt ook genetisch onderzoek gedaan om genetische oorzaken uit te sluiten. 

      Behandeling 

      De behandeling bestaat uit twee delen. 

      Osteoporosebehandeling 

      Ook bij vrouwen met zwangerschapsgerelateerde osteoporose neemt de botdichtheid na de zwangerschap of na het stoppen met borstvoeding vaak vanzelf toe. Dit duurt ongeveer een jaar. Het natuurlijke herstel kan op verschillende manieren ondersteund worden: 

      • Minder of geen borstvoeding geven. Borstvoeding geven veroorzaakt botverlies en vertraagt daardoor het herstel van de botten. Dit is een persoonlijke keuze, informeer vrouwen over de voor- en nadelen zodat zij een goede beslissing kunnen nemen.  
      • Passende voeding en voldoende calcium en vitamine D
      • Botbelastende, veilige beweging. Vooroverbuigen en tillen kunnen het risico op nieuwe wervelfracturen vergroten.  
      • Behandeling van onderliggende aandoeningen. 
      • Osteoporosemedicatie wordt in eerste instantie niet gebruikt. Als bijvoorbeeld na een jaar de botdichtheid niet (voldoende) verbeterd is, of bij nieuwe fracturen, kan osteoporosemedicatie wel nodig zijn.  

      Behandeling van de gevolgen van fracturen 

      Fracturen geven verschillende klachten, zoals pijn, vermoeidheid, beperkte mobiliteit en angst. Veel vrouwen vinden het het moeilijkst dat zij niet goed voor hun baby kunnen zorgen. Onderstaande zaken kunnen hen ondersteunen: 

      • Pijnmedicatie, met name in de eerste weken tot maanden na het ontstaan van fracturen. 
      • Fysiotherapie en bewegen.  
      • Een (dynamische) brace of korset.  
      • Ergotherapie en hulpmiddelen
      • Informele of betaalde hulp bij de verzorging van de baby en bij het huishouden.  
      • Praktijkondersteuner-ggz of psycholoog. 
      • Pijnrevalidatie.  
      • Lotgenotencontact. Op de website van de Osteoporose Vereniging is hier meer informatie over te vinden.  

      Volgende zwangerschap 

      Of en wanneer vrouwen opnieuw zwanger willen proberen te worden, is een persoonlijke keuze. De meeste vrouwen met zwangerschapsgerelateerde osteoporose ondervinden geen botproblemen in een volgende zwangerschap. Ongeveer 20-25% van de vrouwen loopt wel opnieuw fracturen op. Hoe meer fracturen een vrouw heeft, hoe groter haar fractuurrisico is bij een volgende zwangerschap. Tijdens zwangerschap mag geen osteoporosemedicatie gebruikt worden. Hoe lang een vrouw moet wachten met zwanger worden na het laatste medicatiegebruik is afhankelijk van het soort medicatie en de dosis. In het geval van bisfosfonaten is het advies om na het stoppen 6 tot 12 maanden (afhankelijk van soort en gebruiksduur) te wachten met zwangerschap. Wachten totdat de bisfosfonaten helemaal zijn verdwenen uit het lichaam is onrealistisch en onnodig. 

      Informatie over het verkleinen van het fractuurrisico bij een volgende zwangerschap is te vinden onder het kopje Aandachtspunten op de pagina over osteoporose en zwangerschap. 

      Meer informatie 

      Wetenschappelijke artikelen 

      Andere bronnen